ECLI:NL:CRVB:2019:1920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- E. Dijt
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en beëindiging Wajong-uitkering na zorgvuldige beoordeling
Appellante, geboren in 1989, heeft zich ziek gemeld vanwege psychische klachten en juveniele idiopathische reumatoïde artritis en ontving een Wajong-uitkering. Na een aanvraag voor een WIA-uitkering in 2015, heeft het UWV deze geweigerd op basis van medische en arbeidsdeskundige beoordelingen die een verbeterde belastbaarheid vaststelden.
De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat appellante gemiddeld 40 uur per week kon werken zonder wisseldiensten, en dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De Wajong-uitkering werd beëindigd omdat geen verlies van verdiencapaciteit meer werd vastgesteld. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat haar belastbaarheid onjuist was vastgesteld en dat een medisch onderzoek in bezwaar ontbrak.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende motivering van de arbeidskundige grondslag, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep stelde appellante dat de medische beoordeling onzorgvuldig was en dat haar beperkingen groter waren dan aangenomen. De Raad oordeelde dat het ontbreken van een medisch spreekuur in bezwaar niet automatisch onzorgvuldig is, en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen adequaat had gemotiveerd.
De Raad vond geen aanwijzingen dat de functionele mogelijkheden onjuist waren vastgesteld en bevestigde dat de geselecteerde voorbeeldfuncties de belastbaarheid niet overschreden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en de beëindiging van de Wajong-uitkering na zorgvuldige beoordeling.