ECLI:NL:CRVB:2019:1979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante was sinds 2 april 2013 ziek gemeld vanwege psychische klachten en ontving vanaf 31 maart 2015 een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
Het UWV beëindigde op 22 februari 2016 de loongerelateerde WGA-uitkering en kende een loonaanvullingsuitkering toe. Na bezwaar van de werkgever herzag het UWV dit besluit en stelde op 16 februari 2017 vast dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor zij geen recht meer had op een WIA-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat alleen de in het beroepschrift aangevoerde gronden werden beoordeeld en de medische rapporten van het UWV juist waren. In hoger beroep stelde appellante dat haar nieuwe gronden wel moesten worden meegewogen en dat de rapporten onzorgvuldig waren, mede vanwege een brief van Indigo met andere diagnoses.
De Raad oordeelde dat in hoger beroep wel degelijk inhoudelijk op nieuwe gronden kan worden ingegaan als deze tijdig kenbaar zijn gemaakt en de wederpartij hierop heeft kunnen reageren. De rapporten van het UWV waren zorgvuldig tot stand gekomen, de beperkingen juist vastgesteld en de geselecteerde functies passend. De klacht over blootstelling aan soldeerdamp faalde eveneens.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.