Appellant was sinds 2008 ziek gemeld en ontving een WIA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een verzoek tot herbeoordeling in 2015 concludeerden medische en arbeidsdeskundige rapporten dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het UWV trok daarom de uitkering per 15 februari 2016 in.
Appellant maakte bezwaar en bracht diverse medische expertises in, waaronder een psychiatrische expertise en een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank stelde een onafhankelijke medisch deskundige aan, die een persoonlijkheidsstoornis vaststelde maar geen arbeidsongeschiktheid op de peildatum. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de deskundigenrapporten tegenstrijdig waren en dat de peildatum onjuist was gehanteerd. De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige, die zorgvuldig onderzoek deed en eerdere diagnoses weerlegde. Er was geen bewijs van verslechtering tussen de data. De Raad concludeerde dat appellant op 15 februari 2016 niet arbeidsongeschikt was en bevestigde het besluit tot intrekking van de WIA-uitkering.