ECLI:NL:CRVB:2019:2045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag voorbereidingsperiode zelfstandig ondernemerschap op grond van Bbz 2004
Appellante, ontvanger van een IOAW-uitkering, wilde een eigen bedrijf starten in de vorm van een stichting met diverse diensten, waaronder trajecten voor jongeren, een buddysysteem voor ouderen en stressvermindering voor managers. Zij vroeg om een voorbereidingsperiode met behoud van uitkering op grond van de Participatiewet en het Bbz 2004.
Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg vroeg advies aan J&C Advies, dat negatief adviseerde vanwege onvoldoende concreetheid en kansrijkheid van de plannen. Het college wees de aanvraag af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het advies van J&C onzorgvuldig was omdat zij onvoldoende begeleiding had gekregen bij het uitwerken van haar plannen. De Raad oordeelde dat het advies zorgvuldig tot stand was gekomen, de ideeën onvoldoende concreet waren en dat het college de afwijzing in redelijkheid kon handhaven.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag voor een voorbereidingsperiode zelfstandig ondernemerschap wordt afgewezen wegens onvoldoende concreet en kansrijk bedrijfsplan.