ECLI:NL:CRVB:2019:2084
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor tandheelkundige implantaten en kronen wegens voorliggende voorziening Zorgverzekeringswet
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van tandheelkundige zorg, waaronder implantaten en kronen. Het college wees deze aanvraag af omdat de Zorgverzekeringswet (Zvw) als een voorliggende, toereikende en passende voorziening geldt voor tandheelkundige kosten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant voerde aan dat hij vanwege een betalingsachterstand geen aanvullende verzekering kon afsluiten en dat zijn gebitsproblemen zijn sociale contacten en integratie belemmeren, wat dringende redenen voor bijstand zou opleveren. De Raad oordeelde dat de Zvw in beginsel deze kosten dekt en dat het ontbreken van een aanvullende verzekering door betalingsachterstand niet leidt tot bijzondere bijstand.
Verder stelde appellant dat er zeer dringende redenen waren voor bijstand, maar de Raad stelde dat alleen een acute noodsituatie daartoe aanleiding geeft. De psychiater gaf aan dat appellant moeite heeft met sociale contacten, maar dit kwalificeert niet als acute nood. Ook waren er andere manieren om de situatie te verbeteren.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit tot afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.