Uitspraak
18.442 PW
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand van september 2001 tot februari 2015. Uit onderzoek van de Sociale verzekeringsbank (Svb) bleek dat zij sinds januari 2008 beschikten over onroerende zaken in Turkije, die zij niet hadden gemeld. Deze onroerende zaken waren op 25 maart 2015 overgedragen aan hun zoon. Het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom trok daarom bij besluit van november 2016 de bijstand over de periode vanaf januari 2008 in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellanten tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat het onderzoek van de Svb in Turkije onrechtmatig was omdat het zonder toestemming van Turkse autoriteiten was uitgevoerd en in strijd met Turkse privacywetgeving. De Raad onderzocht of het college de onderzoeksgegevens mocht gebruiken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de Svb het bewijs niet onrechtmatig had verkregen, verwijzend naar een eerdere uitspraak waarin dit was vastgesteld. Daarom mocht het college de onderzoeksgegevens gebruiken. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemeld onroerend goed.