ECLI:NL:CRVB:2019:2146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op extra bedrag kinderbijslag wegens te hoog inkomen
Appellant diende een aanvraag in voor een extra bedrag aan kinderbijslag voor zijn dochter over het jaar 2016. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) keerde aanvankelijk een voorschot uit, maar stelde later vast dat het gezamenlijke inkomen van appellant en zijn partner hoger was dan de toegestane grens van €4.881,-, waardoor geen recht bestond op het extra bedrag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat appellant tijdens een telefoongesprek en in het besluit van 17 juli 2017 was geïnformeerd over de inkomenseis en het voorlopige karakter van het voorschot.
In hoger beroep stelde appellant dat de regels onduidelijk waren en dat hij uit de brief en het voorschot mocht afleiden dat hij recht had op het extra bedrag. De Raad oordeelde echter dat de Svb geen vertrouwen heeft gewekt dat appellant recht had op het extra bedrag, omdat duidelijk was gesteld dat het voorschot definitief wordt na ontvangst van inkomensgegevens en dat terugvordering mogelijk is.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant geen recht heeft op het extra bedrag kinderbijslag wordt bevestigd.