ECLI:NL:CRVB:2019:2147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag dubbele kinderbijslag vóór 2016 op grond van gewijzigde AKW
Appellant diende in augustus 2016 een aanvraag in voor dubbele kinderbijslag voor zijn dochter, met terugwerkende kracht tot vóór 2016. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende de dubbele kinderbijslag toe vanaf het derde kwartaal van 2016 en wees bezwaar tegen eerdere terugwerkende kracht af op grond van artikel 14, derde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat sinds 1 januari 2016 de AKW niet langer toestaat om dubbele kinderbijslag eerder dan het kwartaal van aanvraag toe te kennen, zonder overgangsrecht. Appellant stelde in hoger beroep dat de oude wetgeving voor de periode vóór 2016 toegepast moest worden, omdat hij pas in 2016 van de regeling op de hoogte was geraakt.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en zag geen aanleiding om af te wijken van de gewijzigde wetgeving. De Raad achtte het niet nodig om de reden van late aanvraag te beoordelen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aanvraag dubbele kinderbijslag wordt niet met terugwerkende kracht vóór het derde kwartaal van 2016 toegekend.