ECLI:NL:CRVB:2019:2257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ongeschiktheid ambtenaar na integriteits- en communicatieproblemen
Appellante was sinds 2001 werkzaam bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken in diverse functies, waaronder plaatsingen bij verschillende directies en een detacheringsfunctie bij een agentschap. Na meldingen van mogelijke belangenverstrengeling en een onderzoek door de directie Veiligheid, Crisisbeheersing en Integriteit (VCI) werd geconcludeerd dat appellante tekort was geschoten op het gebied van integriteit en communicatie.
Het ontslagbesluit van 15 september 2016, waarbij appellante eervol ontslag werd verleend wegens ongeschiktheid, werd gehandhaafd bij bezwaar en door de rechtbank. Appellante ging in hoger beroep met het verzoek het ontslag ongedaan te maken.
De Raad oordeelde dat het ontslag gebaseerd was op herhaaldelijk geuite kritiek op het functioneren, waaronder integriteit, communicatie, samenwerking en ziekteverzuim. Ondanks een verbetertraject bij eerdere plaatsingen bleef appellante tekortschieten, met name door het niet open en eerlijk communiceren over bemiddelingsactiviteiten voor een Nederlands bedrijf, wat de schijn van belangenverstrengeling wekte.
De Raad stelde vast dat integriteit en goede communicatie essentiële vereisten zijn voor functies bij het ministerie en dat appellante, na eerdere verbeterkansen, geen nieuwe kans hoefde te krijgen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het ontslag wegens ongeschiktheid wordt bevestigd.