ECLI:NL:CRVB:2019:2338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van juiste belastbaarheidsvaststelling en beëindiging recht op ziekengeld
Appellante was werkzaam als thuishulp en meldde zich in januari 2013 ziek met diverse klachten. Na beëindiging van het dienstverband ontving zij ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV voerde een Eerstejaars ZW-beoordeling uit en stelde vast dat appellante meer dan 65% van haar oude loon kon verdienen, waarna het recht op ziekengeld werd beëindigd.
Na een nieuwe ziekmelding en medische onderzoeken in 2015 stelde het UWV opnieuw vast dat appellante belastbaar was voor twee van de drie eerder geselecteerde functies, waarna het recht op ziekengeld per 10 november 2015 werd beëindigd. Appellante voerde aan dat haar migraine haar belastbaarheid beperkte, maar de Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen zorgvuldig en volledig hadden onderzocht en dat de medische informatie geen aanleiding gaf tot twijfel aan hun conclusies.
De Raad stelde vast dat de juiste datum in geding 10 november 2015 is en bevestigde het besluit van het UWV. Het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd met verbetering van de gronden bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot beëindiging van het recht op ziekengeld per 10 november 2015 wordt bevestigd.