Uitspraak
17.1623 PW, 17/1624 PW, 17/1625 PW, 17/2797 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
waarschuwing betreft;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand en stond ingeschreven op een uitkeringsadres waar hij een kamer huurde. Na onderzoek stelde het college vast dat appellant niet op dat adres woonde en gebruikte het adres slechts als postadres. Appellant weigerde aanvankelijk gevraagde bankafschriften te verstrekken, waarop het college de bijstand opschortte en later introk. Tevens werd een aanvraag afgewezen omdat appellant niet aannemelijk maakte dat hij op het opgegeven adres woonde.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de besluiten ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel aan zijn verplichtingen had voldaan en dat hem een tweede termijn had moeten worden gegund. De Raad oordeelde dat het college bevoegd was tot opschorting en intrekking omdat appellant niet alle gevraagde bankafschriften had verstrekt en dit hem te verwijten viel.
Daarnaast stelde de Raad vast dat het zwaartepunt van het persoonlijke leven van appellant niet op het opgegeven adres lag, maar bij zijn moeder, waar hij meerdere dagen per week verbleef en persoonlijke spullen had. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de bestreden uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De opschorting en intrekking van de bijstand worden bevestigd wegens het niet verstrekken van bankafschriften en het niet aannemelijk maken van het hoofdverblijf op het uitkeringsadres.