ECLI:NL:CRVB:2019:2441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op tweevoudige kinderbijslag wegens ontbreken uitwonendheid voor onderwijs
Appellant, gehuwd en vader van twee dochters die sinds 2009 in Marokko wonen, ontving kinderbijslag tot het tweede kwartaal van 2011. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) beëindigde het recht op kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 2011 wegens het niet reageren op informatieverzoeken. Na een nieuwe aanvraag in 2013 stelde de Svb een onderzoek in naar de woonsituatie en het onderwijs van de kinderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de kinderen niet uitwonend waren vanwege onderwijs en appellant niet voldeed aan de onderhoudseis. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de kinderen vanwege studieredenen bij hun grootmoeder woonden en dat hij aan de onderhoudseis had voldaan.
De Raad oordeelde dat het causaal verband tussen uitwonendheid en onderwijs ontbrak en dat appellant onvoldoende bewijs leverde van onderhoudsbetalingen. Contante opnames in Marokko konden niet als onderhoud worden aangemerkt. Daarom is het recht op tweevoudige kinderbijslag en op enkelvoudige kinderbijslag voor de betreffende kwartalen terecht geweigerd.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op tweevoudige kinderbijslag over de periode 2011-2014 omdat de kinderen niet uitwonend waren vanwege onderwijs en hij niet aannemelijk maakte dat hij aan de onderhoudseis voldeed.