ECLI:NL:CRVB:2019:245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet-naleving sollicitatieplicht ondanks bijzondere omstandigheden
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd verplicht minimaal vier sollicitaties per week te verrichten en deze te documenteren. Na meerdere waarschuwingen en gesprekken bleek appellant niet aan deze sollicitatieplicht te voldoen en stuurde hij onvoldoende bewijsstukken van sollicitaties aan zijn contactpersoon.
Het college legde twee keer een maatregel op waarbij de bijstand met 100% werd verlaagd gedurende één maand, gebaseerd op artikel 18 van Pro de Participatiewet en de gemeentelijke Verordening. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het college de maatregelen niet had afgestemd op zijn persoonlijke omstandigheden, zoals het ontbreken van een computer en zijn financiële situatie.
De Raad oordeelde dat appellant de sollicitatieplicht niet is nagekomen en dat het college terecht de bijstand heeft verlaagd. Het college had in hoger beroep de bijzondere omstandigheden en dringende redenen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet aanwezig waren. De Raad bevestigde dat het college de maatregel terecht niet matigde en dat de motivering van het college in hoger beroep voldoende was. De aangevallen uitspraken werden bevestigd en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% gedurende twee maanden wordt bevestigd ondanks het beroep op bijzondere omstandigheden.