Uitspraak
17.7021 ZW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatstelijk werkzaam als steigerbouwer, meldde zich in juli 2015 ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Na een eerstejaars beoordeling in juni 2016 concludeerde een verzekeringsarts dat appellant belastbaar was met beperkingen, en een arbeidsdeskundige stelde vast dat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Het UWV beëindigde daarom de uitkering per augustus 2016.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zijn psychische klachten werden onderschat. De verzekeringsarts bezwaar en beroep en arbeidsdeskundige bevestigden echter dat appellant medisch geschikt was voor de geselecteerde functies en dat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling dat zijn psychische klachten te licht waren ingeschat. De Raad oordeelde dat de artsen een juist en volledig beeld hadden van zijn psychische belastbaarheid en dat rond de datum in geding sprake was van een verbetering van zijn klachten. Er waren geen medische gegevens die dit tegenspraken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.