ECLI:NL:CRVB:2019:2490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek terugkomen van besluit pgb wegens ontbreken nieuw feiten of omstandigheden
Appellant had een persoonsgebonden budget (pgb) voor 2012 ontvangen, maar het zorgkantoor stelde dit later lager vast en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug wegens te late verantwoording. Appellant verzocht om terugkomen van dit besluit, maar het zorgkantoor wees dit af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, omdat de stukken van appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. Appellant voerde aan dat hij niet wist welke stukken ontbraken en dat het zorgkantoor onredelijk handelde door hem daarop aan te spreken.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en oordeelde dat de aanvullende stukken die appellant overlegde, zoals een zorgovereenkomst en kwitanties, niet leiden tot een verplichting voor het zorgkantoor om het eerdere besluit te herzien. Er was geen sprake van evident onredelijkheid. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van het besluit over het pgb is afgewezen wegens ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.