ECLI:NL:CRVB:2019:250
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over belastbaarheid appellant per 25 februari 2015 wegens onvoldoende motivering
In deze zaak stond het hoger beroep van appellant tegen een besluit van het UWV over zijn belastbaarheid per 25 februari 2015 centraal. De Raad verwijst naar een eerdere tussenuitspraak en constateert dat het UWV nadere medische en arbeidskundige rapporten heeft ingediend, waaronder informatie van uroloog Wijffelman en rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat appellant circa zes tot zeven keer per werkdag moet plassen, waarbij de gewone pauzes zijn inbegrepen, en dat dit geen urologische oorzaak heeft die het plasvermogen beperkt. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep motiveerde dat de geselecteerde functies voldoende ruimte bieden voor deze sanitaire onderbrekingen zonder afbreukrisico. Appellant betwistte deze inschatting, stellende dat hij twaalf keer per dag moet plassen en dat de functies hoge targets kennen die onverenigbaar zijn met frequent toiletbezoek.
De Raad oordeelt dat het UWV pas in hoger beroep een deugdelijke medische en arbeidskundige onderbouwing heeft geleverd. De beschikbare stukken geven geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid van de conclusies over de belastbaarheid. De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak wegens onvoldoende zorgvuldigheid en motivering, maar laat de rechtsgevolgen in stand. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid en motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.