Appellant was laatstelijk werkzaam als parkeerwachter en daarna als magazijnmedewerker. Na ziekmelding op 29 april 2015 werd hem een Ziektewet-uitkering toegekend. Na een Eerstejaars ZW-beoordeling concludeerde een verzekeringsarts dat appellant belastbaar was met beperkingen, waarna het UWV de uitkering beëindigde omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen zou kunnen verdienen.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, waarbij medische rapporten en arbeidsdeskundige beoordelingen werden betrokken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en het arbeidskundig oordeel juist.
In hoger beroep betoogde appellant dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en vroeg om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad volgde dit niet, omdat geen nieuwe medische feiten waren ingebracht die relevant waren voor de datum van beoordeling. Het UWV had voldoende gemotiveerd dat de functies waarop de verdiencapaciteit was gebaseerd medisch geschikt waren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de beëindiging van de Ziektewet-uitkering met ingang van 3 oktober 2016 rechtsgeldig is.