ECLI:NL:CRVB:2019:2532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand na niet tijdig aanleveren gevraagde stukken
In deze zaak gaat het om de intrekking van bijstand met ingang van 27 september 2017, na een eerdere opschorting op diezelfde datum. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg heeft de bijstand ingetrokken omdat appellant de bij de opschorting gevraagde bankafschriften niet binnen de gestelde hersteltermijn heeft verstrekt.
De centrale vraag is of appellant van het niet tijdig verstrekken van de gevraagde gegevens een verwijt kan worden gemaakt. Appellant stelde dat hij het besluit tot opschorting en het afhaalbericht van de aangetekende brief niet heeft ontvangen. Uit het Track&Trace-systeem blijkt echter dat de brief op het adres van appellant is aangeboden en dat er een afhaalbericht is achtergelaten.
De Raad overweegt dat het op de weg van appellant ligt om aannemelijk te maken dat het afhaalbericht niet is achtergelaten. Appellant heeft dit niet gedaan. Ook het argument dat post regelmatig verloren gaat op zijn adres leidt niet tot een ander oordeel, omdat het risico van interne postbehandeling voor rekening van appellant komt.
Daarom kan appellant een verwijt worden gemaakt van het niet tijdig aanleveren van de gevraagde stukken. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant wordt bevestigd en er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant verwijtbaar niet tijdig de gevraagde stukken heeft verstrekt.