ECLI:NL:CRVB:2019:2566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen ondanks psychische en rugklachten
Appellante ontvangt sinds 2005 een Wajong-uitkering vanwege psychische en rugklachten met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na de wetswijziging per 1 januari 2015 (Wajong 2015) heeft het UWV haar arbeidsvermogen opnieuw beoordeeld op basis van een vragenlijst en een medisch onderzoek door een verzekeringsarts.
Op 9 augustus 2016 heeft het UWV vastgesteld dat appellante arbeidsvermogen bezit, waardoor haar uitkering per 1 januari 2018 is verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon. Het bezwaar van appellante tegen deze verlaging is door het UWV ongegrond verklaard, met als motivering dat haar aandoeningen niet zodanig ernstig zijn dat zij niet in staat zou zijn om vier uur per dag of één uur aaneengesloten te werken.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het besluit ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep volgt dit oordeel. Het hoger beroep slaagt niet, omdat er geen aanknopingspunten zijn om te twijfelen aan het standpunt van de verzekeringsarts en het oordeel van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de Wajong-uitkering bevestigd.