Uitspraak
18.3702 AW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was vanaf 1 november 2014 in tijdelijke dienst als [naam functie] bij de [directie], met een proeftijd van maximaal twee jaar. Zij werd niet geplaatst in de gebruikelijke aanloopschaal 10, maar in salarisschaal 11. Gedurende de proeftijd werd een leer- en ontwikkeltraject afgesproken om te groeien naar een zelfstandig functionerende [naam functie].
Vanaf het begin van haar dienstverband werd appellante meerdere malen aangesproken op haar functioneren, waarbij haar gedrag en communicatie als aandachtspunten werden genoemd. Er werden concrete verbeterpunten geformuleerd, en een plan van aanpak opgesteld met het vooruitzicht op beëindiging van het dienstverband bij onvoldoende verbetering. Appellante kreeg een verbeterkans door tijdelijke overplaatsing naar een ander team, waar zij enkele opdrachten zelfstandig uitvoerde.
Appellante meldde zich ziek en er werd vastgesteld dat er geen medische beperkingen waren die haar functioneren belemmerden. De minister verleende ontslag per 6 oktober 2016 op grond van artikel 95, tweede lid, aanhef en onder a, van het ARAR. Zowel de rechtbank als de Raad oordeelden dat het ontslag terecht was omdat appellante niet voldeed aan de redelijkerwijs te stellen eisen en het niet te verwachten viel dat zij binnen de proeftijd zou verbeteren. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.