ECLI:NL:CRVB:2019:2608
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid college tot medeterugvordering bijstand wegens niet gemelde gezamenlijke huishouding
Appellant verhuurde een kamer aan B, die bijstand ontving als alleenstaande. Het college stelde een heronderzoek in en concludeerde dat appellant en B een gezamenlijke huishouding voerden, hetgeen niet was gemeld. Hierdoor werd de bijstand onterecht verleend en werd terugvordering ingesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, wat door de Centrale Raad van Beroep werd bevestigd. De Raad oordeelde dat sprake was van wederzijdse zorg en een gezamenlijke huishouding op grond van objectieve criteria, zoals gezamenlijke schoonmaak, verzorging na een operatie en financiële bijdragen.
Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel werd verworpen omdat B de situatie van gezamenlijke zorg al geruime tijd had erkend. De Raad concludeerde dat het college bevoegd was tot medeterugvordering van de bijstandskosten over de gehele periode.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, waarmee het hoger beroep van appellant werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college is bevoegd tot medeterugvordering van de bijstandskosten.