Appellanten ontvingen bijstand sinds 2005 en woonden in een woonwagen. In 2016 kwam via de sociale recherche informatie naar voren dat zij een camper hadden gekocht en verbouwd, maar deze niet hadden gemeld bij het college. Het college trok daarop de bijstand in per 16 april 2015 en vorderde de kosten terug.
Appellanten voerden aan dat de camper niet op hun naam stond en dus niet tot hun vermogen behoorde. De Raad oordeelde dat beschikken over vermogen niet alleen afhankelijk is van registratie, maar van feitelijke beschikking. Uit het onderzoek bleek dat appellanten de camper hadden gekocht, betaald, gebruikt en onderhouden, en dat de camper bij hun woonwagen stond.
De Raad verwierp het verweer dat de camper pas later was aangeschaft en dat een derde eigenaar was. Ook het feit dat de sociale recherche de derde niet had gehoord deed hieraan niet af. De bijstand werd terecht ingetrokken en teruggevorderd. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.