ECLI:NL:CRVB:2019:2770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening in sociale zekerheidszaak wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek om herziening ingediend tegen de uitspraak van 1 maart 2018, waarin haar beroep tegen een beslissing van het UWV werd afgewezen. De Raad bevestigde eerder dat er onvoldoende medische gegevens beschikbaar waren over de belastbaarheid van verzoekster rond haar 17e/18e levensjaar.
Verzoekster stelde dat zij op basis van nieuwe informatie wel recht zou hebben op een uitkering. Het UWV betoogde dat deze informatie niet voldeed aan de voorwaarden voor herziening zoals gesteld in artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad overwoog dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak, maar slechts voor het herstellen van een uitspraak die berust op naderhand onjuist gebleken feiten. Verzoekster bracht geen nieuwe feiten of omstandigheden aan die redelijkerwijs niet bekend konden zijn en die tot een andere uitspraak zouden leiden.
Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.