ECLI:NL:CRVB:2019:2779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden ondernemer
Appellante ontving bijstand sinds 2003 en woonde samen met X, met wie zij twee kinderen heeft. In 2013 werd bijstand toegekend naar de gehuwdennorm. In 2016 startte de gemeente Rotterdam een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand nadat bleek dat X een onderneming dreef sinds 2009. Het college besloot de bijstand over de periode april 2013 tot maart 2016 in te trekken en terug te vorderen wegens niet gemelde inkomsten uit de onderneming.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij wel melding had gemaakt van de werkzaamheden en inkomsten van X, maar kon dit niet met objectieve en verifieerbare gegevens onderbouwen. Wisselende verklaringen en het ontbreken van bewijs leidden tot de conclusie dat de inlichtingenverplichting was geschonden.
De Raad oordeelt dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd. Er zijn geen zelfstandige gronden tegen de terugvordering aangevoerd. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd wegens niet nagekomen inlichtingenverplichting.