ECLI:NL:CRVB:2019:2800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening kinderbijslag wegens niet-naleving mededelingsplicht
Appellant ontving kinderbijslag voor kinderen die bij zijn partner in Bosnië-Herzegovina wonen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) stelde vast dat de partner sinds 2009 kinderbijslag ontving in Bosnië, waardoor op grond van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Joegoslavië geen recht bestond op Nederlandse kinderbijslag voor dezelfde periode.
De Svb beperkte de herziening tot de helft van de periode vanwege haar late onderzoek en het ingrijpende karakter van de herziening. Appellant voerde aan dat hij tijdig had gemeld dat zijn partner kinderbijslag ontving, dat het onredelijk was om de Nederlandse kinderbijslag te herzien gezien het lage bedrag in Bosnië, en dat de kinderbijslag in Bosnië onterecht was toegekend.
De Raad oordeelde dat appellant zijn mededelingsplicht niet had nageleefd en dat het beleid van de Svb als buitenwettelijk begunstigend beleid consistent was toegepast. De exclusieve toewijzingsregel in het verdrag liet geen ruimte voor afwijking. Er waren geen dringende redenen om van herziening af te zien, zodat de herziening terecht was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de kinderbijslag bevestigd.