ECLI:NL:CRVB:2019:2889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Redelijke weigering toewijzing geambieerde functie wegens geschiktheid en belangenafweging
Appellant, werkzaam bij Defensie in de rang van [rang], had belangstelling getoond voor een functie bij de afdeling [naam afdeling]. De functie werd echter toegewezen aan kandidaat B, die ondanks het feit dat hij niet volledig aan de vacature-eisen voldeed, een hogere score kreeg vanwege zijn uitstekende beheersing van de Engelse taal.
Appellant voerde aan dat B onterecht werd toegelaten omdat hij een opleiding had gevolgd die volgens de vacaturetekst uitsluiting rechtvaardigde. De staatssecretaris beriep zich op een inspanningsverplichting om herplaatsingskandidaten zoals B een primaire arbeidsplaats aan te bieden, en dat B onvoldoende gebruik had gemaakt van doorgroeimogelijkheden.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen. De Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de toetsing terughoudend is bij discretionaire bevoegdheden. De belangenafweging was rechtvaardig, mede omdat toewijzing aan appellant niet tot bevordering zou leiden en zijn loopbaan niet werd belemmerd.
Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De toewijzing van de geambieerde functie aan een andere kandidaat dan appellant is in redelijkheid genomen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.