Uitspraak
17.7240 ZW
OVERWEGINGEN
26 januari 2017 voldoende toegelicht dat de belasting in de aan de schatting ten grondslag gelegde functies de belastbaarheid van appellante niet overschrijdt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als logistiek medewerker en meldde zich ziek vanwege visusklachten en later psychische klachten gerelateerd aan haar oogproblematiek. Na een eerstejaars beoordeling werd het recht op ziekengeld voortgezet, maar een latere toetsing door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) besloot daarom het ziekengeld stop te zetten, wat door appellante werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de belastbaarheid overtuigend was gemotiveerd.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat haar beperkingen werden onderschat, ondersteund door een verklaring van haar behandelaar. De Raad volgde echter het oordeel van de rechtbank en het Uwv, oordeelde dat de medische beoordeling en de vastgestelde verdiencapaciteit juist waren en bevestigde het bestreden besluit.
De Raad stelde vast dat appellante op de datum in geding geen depressie had en dat de oogklachten ondanks moeilijkheden waren verbeterd. De medische verklaring van de behandelaar bood onvoldoende concrete onderbouwing om het standpunt van appellante te ondersteunen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.