ECLI:NL:CRVB:2019:2932
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op tegemoetkoming meerkosten bij inkomen boven bijstandsnorm
Appellanten vroegen een financiële tegemoetkoming voor meerkosten aan, welke door het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen werd afgewezen omdat hun netto inkomen in 2015 hoger was dan 110% van de bijstandsnorm. Het college stelde vast dat het inkomen onder meer bestond uit een persoonsgebonden budget, bijstandsuitkering, inkomsten uit een bedrijf en een beroepsvergoeding, en dat er daarnaast verzwegen inkomsten waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen deze afwijzing ongegrond. Appellanten betwistten de hoogte van het persoonsgebonden budget en voerden aan dat een schikking over de terugvordering van teveel ontvangen uitkering in mindering moest worden gebracht op de verzwegen inkomsten, waardoor hun inkomen onder de inkomensgrens zou blijven.
De Raad oordeelde dat hoewel het bedrag van het persoonsgebonden budget lager was dan het college stelde, het totale inkomen inclusief de niet betwiste verzwegen inkomsten hoger bleef dan de inkomensgrens. Het beroep op de hardheidsclausule werd eveneens verworpen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Appellanten hebben geen recht op tegemoetkoming omdat hun inkomen in 2015 hoger was dan 110% van de bijstandsnorm.