ECLI:NL:CRVB:2019:2935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet melden op geld waardeerbare activiteiten
In deze zaak gaat het om de intrekking van bijstand met ingang van 20 september 2011 en de terugvordering van kosten van bijstand over de periode tot en met 31 januari 2017, ter hoogte van € 84.814,37. Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen stelde dat appellant op geld waardeerbare activiteiten verrichtte door namens zijn vriendin handelsactiviteiten te ondersteunen via advertenties op marktplaats.nl, waarbij hij contactgegevens verstrekte, betalingen ontving en doorgaf.
Appellant erkende deze activiteiten maar stelde dat hij geen inkomsten genoot omdat de handelsactiviteiten voor rekening en risico van zijn vriendin waren. De Raad oordeelde echter dat het verrichten van op geld waardeerbare activiteiten relevant is voor het recht op bijstand, ongeacht de intentie of het daadwerkelijk genieten van inkomsten. Appellant had zijn inlichtingenplicht geschonden door deze activiteiten niet te melden.
Omdat de omvang van de activiteiten niet vast te stellen was, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het college was daarom verplicht de bijstand in te trekken en terug te vorderen. De stelling van appellant dat de terugvordering niet in verhouding staat tot zijn rol en zijn financiële omstandigheden waren onvoldoende om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van bijstand en terugvordering van € 84.814,37 wegens niet melden van op geld waardeerbare activiteiten wordt bevestigd.