Uitspraak
18 3854 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.Appellante stond ten tijde in geding in de Basisregistratie personen ingeschreven op het adres [adres] (uitkeringsadres).
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de gemeente een onderzoek naar haar woonsituatie. Uit meerdere waarnemingen, gesprekken met buurtbewoners en verbruiksgegevens bleek twijfel over haar verblijf op het uitkeringsadres.
Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in wegens onvoldoende informatieverstrekking over haar hoofdverblijf, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanwege medische behandeling regelmatig elders verbleef, maar haar hoofdverblijf nog steeds op het uitkeringsadres was.
De Raad oordeelde dat het zwaartepunt van haar persoonlijk leven in de betreffende periode niet op het uitkeringsadres lag, mede gelet op inschrijving van haar zoon op een school, medische contacten, bankafschriften en sociale contacten elders. De stelling dat zij niet wist dat zij het college moest informeren werd verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.