ECLI:NL:CRVB:2019:304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante ontving sinds 2003 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een melding dat zij werkzaamheden verrichtte, heeft het UWV haar arbeidsongeschiktheid herbeoordeeld op basis van een medisch onderzoek en een functionele mogelijkhedenlijst (FML).
De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV concludeerden dat appellante geschikt was voor passende functies met minder dan 15% arbeidsongeschiktheid, waarna de uitkering werd beëindigd. Appellante stelde dat haar beperkingen werden onderschat en dat het onderzoek onzorgvuldig was, mede omdat haar behandelend arts een ander oordeel had.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat het UWV voldoende rekening had gehouden met medicatie en medische informatie. De Raad verwierp het verzoek om een deskundige te benoemen of de behandelend arts te horen, en bevestigde de beëindiging van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De WAO-uitkering van appellante is terecht beëindigd na een zorgvuldig medisch onderzoek en juiste vaststelling van haar arbeidsbeperkingen.