ECLI:NL:CRVB:2019:3065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, laatstelijk werkzaam als kassamedewerker, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering.
Appellant maakte bezwaar en beroep en liet een psychiatrische expertise verrichten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep bevestigde de eerdere beoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de geselecteerde functies passend.
Appellant voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, onder meer door het ontbreken van een tolk, en dat het beginsel van equality of arms was geschonden. De Raad volgde dit niet, oordeelde dat er geen taalproblemen waren en dat het dossier voldoende medische informatie bevatte. De inhoudelijke beoordeling van het UWV werd onderschreven en het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.