ECLI:NL:CRVB:2019:3076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant was werkzaam als controleur pantry en meldde zich ziek wegens psychische klachten. Het UWV kende hem een WGA-uitkering toe, die later werd stopgezet vanwege het niet verschijnen bij afspraken met een werkcoach. Na een herbeoordeling werd de uitkering opnieuw toegekend, maar later weer beëindigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige, psychiater De Boer, die beperkingen vaststelde en concludeerde dat appellant geschikt was voor bepaalde functies. Op basis hiervan werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 34,09%. De rechtbank oordeelde dat de functies medisch passend waren en verwierp andere arbeidskundige bezwaren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen en dat de medische informatie niet eenduidig was. De Raad volgde dit niet en stelde dat het deskundigenrapport zorgvuldig, inzichtelijk en consistent was. Het rapport hield rekening met eerdere medische rapporten en gaf voldoende grond voor het oordeel.
Ook de motivering van het UWV dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn, werd door de Raad onderschreven. Er was geen aanleiding om een nieuwe deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.