Uitspraak
18.304 AOW-PV
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, gehuwd met zijn echtgenote, ontving een ouderdomspensioen voor een ongehuwde op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag dit pensioen nadat uit onderzoek bleek dat appellant niet duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze herziening ongegrond, stellende dat duurzaam gescheiden leven niet alleen afhangt van gescheiden huishoudens, maar van de feiten en omstandigheden.
De rechtbank vond het relevant dat appellant en zijn echtgenote regelmatig contact hadden, elkaar meerdere keren per maand zagen, samen uit eten gingen en de gezamenlijke boedel nog niet was verdeeld. De contacten werden niet als louter zakelijk beoordeeld. Appellant stelde in hoger beroep dat er wel sprake was van duurzaam gescheiden leven, maar de Raad verwees naar een eerdere uitspraak waarin hetzelfde werd beoordeeld en concludeerde dat de feiten niet anders waren.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Tevens wees de Raad het verzoek van appellant tot vergoeding van schade af, omdat het hoger beroep niet slaagde. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het pensioenbesluit bevestigd.