ECLI:NL:CRVB:2019:2471
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening ouderdomspensioen wegens niet duurzaam gescheiden leven van echtgenoten
Appellante, gehuwd met haar echtgenoot, ontving een ouderdomspensioen voor een ongehuwde op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) voerde een onderzoek uit naar haar leefsituatie en concludeerde dat zij niet duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot. Op basis hiervan werd haar pensioen per 1 december 2016 herzien naar het gehuwde tarief.
De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd benadrukt dat het niet samenwonen van echtgenoten niet automatisch betekent dat zij duurzaam gescheiden leven. De rechtbank vond dat de contacten tussen appellante en haar echtgenoot, waaronder regelmatig telefonisch contact, bezoeken en gezamenlijke activiteiten, duiden op het voortbestaan van de echtelijke samenleving.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij wel duurzaam gescheiden leeft, maar de Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank. De afstand tussen de echtgenoten en de overige omstandigheden bieden geen aanleiding tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het ouderdomspensioen bevestigd.