ECLI:NL:CRVB:2019:3117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van een uitspraak van 31 december 2008, waarin geen nabestaandenuitkering aan haar was toegekend. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft bezwaar gemaakt tegen dit verzoek en zich laten vertegenwoordigen tijdens de zitting van 15 augustus 2019, waar verzoekster niet is verschenen.
De Raad toetst het verzoek aan artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat herziening mogelijk maakt bij nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Daarnaast hanteert de Raad een termijn van één jaar na bekendwording van nieuwe feiten of na openbaarmaking van de uitspraak, waarbinnen het verzoek moet worden ingediend.
In deze zaak zijn geen nieuwe feiten (nova) gesteld en is het verzoek meer dan een jaar na de uitspraak ingediend. Omdat het verzoek niet tijdig is ingediend en het geen betrekking heeft op een bestuurlijke boete, verklaart de Raad het verzoek niet-ontvankelijk. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.