ECLI:NL:CRVB:2019:316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- E. Dijt
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens onvoldoende duurzaam arbeidsongeschikt
Appellante, een stichting, maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om de IVA-uitkering van een oud-werkneemster niet toe te kennen, omdat de verzekeringsartsen hadden vastgesteld dat zij niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt was. Het UWV had op basis van medische herbeoordeling en een Functionele Mogelijkhedenlijst vastgesteld dat de arbeidsongeschiktheid onveranderd tussen 80 en 100% lag, maar niet duurzaam was.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen niet als duurzaam konden worden aangemerkt. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de verzekeringsarts onvoldoende had gemotiveerd waarom de beperkingen niet duurzaam waren en wees op de vele aandoeningen van verzekerde.
De Raad overwoog dat de verzekeringsartsen uitvoerig en inzichtelijk hadden gemotiveerd dat er geen sprake was van duurzame arbeidsongeschiktheid, met inachtneming van het beoordelingskader dat niet in strijd is met de Wet WIA. Ook werd meegewogen dat verzekerde behandelingen onderging ter verbetering van haar situatie. Het subsidiaire standpunt van appellante over minder dan 35% arbeidsongeschiktheid werd niet onderbouwd en verworpen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de IVA-uitkering terecht is geweigerd wegens onvoldoende duurzaam arbeidsongeschikt.