ECLI:NL:CRVB:2019:3166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over samenhang en kosten bezwaar studiefinanciering
Appellante kreeg studiefinanciering toegekend over november en december 2012, die later door de minister werd herzien omdat zij niet als migrerende werknemer werd aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond, vernietigde het herzieningsbesluit en veroordeelde de minister tot kostenvergoeding, waarbij 32 samenhangende zaken werden aangenomen.
Appellante stelde in hoger beroep dat in de bezwaarfase geen sprake was van samenhang omdat de werkzaamheden niet nagenoeg identiek waren en de minister de zaken niet gelijktijdig behandelde. De Raad oordeelde dat het bezwaar van appellante woordelijk gelijk was aan dat in een andere zaak en dat de werkzaamheden nagenoeg identiek waren. Tevens was er sprake van gelijktijdige behandeling, ondanks het ontbreken van een hoorzitting.
De Raad bevestigde daarom de rechtbankuitspraak voor zover aangevochten en wees een veroordeling in proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 oktober 2019.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en wijst het hoger beroep van appellante af.