ECLI:NL:CRVB:2019:3167
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen behandelend rechter in bestuursrechtelijke procedure
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter tijdens een zitting in een hoger beroepprocedure tegen de minister van Defensie. Het wrakingsverzoek was gebaseerd op de afwijzing van een aanhoudingsverzoek door de rechter, waarbij verzoeker stelde dat hij niet over alle relevante stukken beschikte en daardoor in zijn procesvoering werd gehinderd.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat wraking alleen mogelijk is bij feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter aantasten. Procedurele beslissingen, zoals het niet schorsen van een zitting, kunnen nooit een grond voor wraking vormen. Ook de motivering van een procedurele beslissing kan dat niet, tenzij deze motivering objectief als blijk van vooringenomenheid kan worden gezien, wat hier niet het geval was.
De Raad concludeert dat het wrakingsverzoek ongegrond is en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.