Uitspraak
17.1010 MAW
13 december 2016, 15/8814 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, militair reservepersoneel met officiersrang, werd eervol ontslagen bij koninklijk besluit wegens aanhoudende wangedragingen en een geringschattende houding jegens vrouwelijke collega's. Eerder werd een ambtsbericht vastgesteld en zijn bezwaar tegen dit bericht ongegrond verklaard door rechtbank en Raad.
Na bekendmaking van het voornemen tot ontslag en een hoorzitting waarbij appellant bewust niet inhoudelijk wilde reageren, verleende de Kroon het ontslag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunt toe te lichten en niet in zijn belangen was geschaad.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat het ontslag terecht is verleend. De Kroon mocht in redelijkheid oordelen dat handhaving van de dienstverhouding niet langer nodig was vanwege de houding en het gedrag van appellant, die niet strookten met de normen en waarden binnen defensie. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag van appellant wordt bevestigd.