ECLI:NL:RBMNE:2021:1454
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens hoofdverblijf buiten gemeente Utrecht
Eiser ontving sinds 2 mei 2018 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Verweerder beëindigde deze uitkering per 9 maart 2020, stellende dat eiser zijn hoofdverblijf niet in de gemeente Utrecht had. Dit volgde uit een onderzoek naar het gas- en elektraverbruik, bankafschriften, waarnemingen en een huisbezoek.
Eiser voerde aan dat hij wel degelijk zijn hoofdverblijf in Utrecht had en bracht diverse contra-indicaties aan, zoals aanwezigheid van meubilair, sportabonnementen, en familiebezoeken. Verweerder stelde dat het extreem lage energieverbruik, het geringe aantal kledingstukken en frequente aanwezigheid bij de ex-partner in een andere gemeente wezen op een hoofdverblijf buiten Utrecht.
De rechtbank concludeerde dat het lage gas- en elektraverbruik een gerechtvaardigde veronderstelling geeft dat eiser niet in de woning verbleef en dat eiser deze veronderstelling onvoldoende heeft weerlegd. De indicaties en contra-indicaties zijn in onderlinge samenhang beoordeeld, waarbij de rechtbank oordeelde dat het zwaartepunt van het persoonlijk leven van eiser buiten de gemeente Utrecht ligt.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft de beëindiging van de bijstandsuitkering in stand. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de bijstandsuitkering wegens hoofdverblijf buiten Utrecht is ongegrond verklaard.