ECLI:NL:CRVB:2019:3196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van WIA- en Ziektewetuitkeringen na medisch onderzoek en bezwaar
Appellant, werkzaam als schoenreparateur, viel uit wegens fysieke en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Na medisch onderzoek en arbeidsdeskundig rapport stelde het UWV beperkingen vast en weigerde de uitkering. Appellant voerde bezwaar aan met aanvullende medische stukken, maar het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat de beperkingen juist waren vastgesteld, waarbij de psychische klachten functioneel werden beoordeeld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en vroeg een deskundige in te schakelen, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. Ook de weigering van een Ziektewetuitkering werd bevestigd, omdat appellant geschikt werd geacht voor ten minste één van de functies die bij de WIA-beoordeling waren vastgesteld. Medische rapporten toonden geen toename van beperkingen aan.
De Raad oordeelde verder dat ook bij latere ziekmeldingen en medische onderzoeken de belastbaarheid van appellant niet was gewijzigd en dat de weigering van Ziektewetuitkeringen terecht was. De toekenning van een ZW-uitkering in 2018 veranderde hieraan niets, omdat deze pas na aanvullend onderzoek werd toegekend en inmiddels weer beëindigd was. De aangevallen uitspraken werden bevestigd zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van WIA- en Ziektewetuitkeringen aan appellant na zorgvuldig medisch onderzoek en bezwaar.