ECLI:NL:CRVB:2019:3211
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping beëindiging Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing functie-assessment
Appellante was na een hersenstaminfarct arbeidsongeschikt en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 6 januari 2017 op grond van een beoordeling dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, gebaseerd op drie geselecteerde functies waaronder assistent consultatiebureau.
In eerste aanleg verklaarde de rechtbank het bezwaar van appellante ongegrond, waarbij werd aangenomen dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) zorgvuldig waren vastgesteld en de geselecteerde functies passend waren.
In hoger beroep stelde appellante dat zij door haar beperkingen, met name geluidsgevoeligheid, de functie assistent consultatiebureau niet kon vervullen. De Raad oordeelde dat onvoldoende is aangetoond dat deze functie voldoet aan de door de verzekeringsarts gestelde geluidsbeperkingen. Gezien de aard van de functie en de omgeving met veel geluiden, kon deze functie niet als passend worden beschouwd.
Hierdoor blijven onvoldoende functies over om de uitkering te beëindigen. De Raad vernietigde het besluit van het UWV en herstelde de Ziektewet-uitkering. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt vernietigd en de uitkering wordt voortgezet.