ECLI:NL:CRVB:2019:3212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel wegens verminderde verwijtbaarheid bij herhaald niet nakomen re-integratieverplichtingen Wajong
Appellant, geboren in 1995, ontving sinds 2013 een Wajong-uitkering en volgde een re-integratietraject dat meerdere malen werd gestaakt vanwege het niet nakomen van verplichtingen. Na een incident in juni 2015 werd de uitkering stopgezet, maar later gedeeltelijk hervat met een maatregel wegens gedragsverwijtbaarheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep stelde dat hem geen verwijt kon worden gemaakt vanwege een gebrek aan introspectief vermogen, ondersteund door medisch en arbeidskundig rapport. De Raad beoordeelde deze stellingen kritisch.
De Raad concludeerde dat het handelen van appellant weliswaar verminderde verwijtbaarheid kent vanwege een lichte verstandelijke beperking en beperkte introspectie, maar dat het gedrag hem niet geheel kan worden verweten. Medische gegevens en het psychiatrisch onderzoek ondersteunen deze conclusie. Het arbeidskundig rapport bevatte een kennelijke misinterpretatie.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en de opgelegde maatregel van 15% verlaging van de uitkering over vier maanden. Er werd geen aanleiding gezien voor toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De maatregel van 15% verlaging van de Wajong-uitkering wegens verminderde verwijtbaarheid wordt bevestigd.