ECLI:NL:CRVB:2019:3213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldige beoordeling medische beperkingen
Appellant, werkzaam als meewerkend bedrijfsleider, meldde zich ziek na een verkeersongeval en ontving een WIA-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 10 februari 2014 vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Appellant stelde dat zijn beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat er sprake was van bewijsnood.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd. In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV een urenbeperking had moeten aannemen en dat de geselecteerde functies niet passend waren. Hij overhandigde een neuropsychologisch rapport en vroeg om inschakeling van een deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat het neuropsychologisch onderzoek geen aanleiding gaf tot aanpassing van de Functionele Mogelijkhedenlijst. Er was geen bewijsnood en geen reden om een deskundige in te schakelen. De geselecteerde functies bleken passend en het hoger beroep werd verworpen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt bevestigd.