ECLI:NL:CRVB:2019:3264
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening eerdere afwijzing Wubo-aanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, geboren in 1944, heeft sinds 2002 herhaaldelijk verzocht om toekenning van uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Alle verzoeken zijn afgewezen omdat onvoldoende is aangetoond dat appellant direct betrokken was bij oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wubo.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het kamp Dinojo, waar appellant verbleef, een opvangkamp was en niet onder de Wubo valt. Ook andere door appellant aangevoerde omstandigheden, zoals het verblijf bij zijn grootmoeder en algemene onlusten tijdens de Bersiap-periode, kwalificeren niet als oorlogsgeweld volgens de wet.
De Raad benadrukt dat voor een positieve beoordeling een directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld vereist is, en dat medische gevolgen pas aan de orde komen als die betrokkenheid is vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen nieuwe feiten of gegevens zijn aangevoerd die tot een andere beslissing zouden moeten leiden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek Wubo wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten.