ECLI:NL:CRVB:2019:329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV over WAO-uitkering wegens psychische beperkingen vanaf 2009
Appellante was sinds 1999 arbeidsongeschikt door psychische klachten en ontving een WAO-uitkering tot 1 februari 2006. Na beëindiging van de uitkering vroeg zij in 2013 opnieuw een WAO-uitkering aan wegens astma en toegenomen psychische klachten. Het UWV wees dit af, stellende dat er geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde oorzaak als de eerdere WAO-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat er wel degelijk sprake was van psychische beperkingen vanaf 1 januari 2009, gebaseerd op een zorgvuldig medisch onderzoek en rapporten van een onafhankelijk psychiater die PTSS en complexe psychische stoornissen vaststelden.
Het UWV had onvoldoende gemotiveerd dat deze klachten pas na 2009 waren ontstaan. Daarom moeten de besluiten die appellante niet in aanmerking brachten voor een WAO-uitkering vanaf 29 januari 2009 worden vernietigd. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij het beroep tegen dat besluit uitsluitend bij de Raad kan worden ingesteld.
Uitkomst: De besluiten van het UWV die appellante niet in aanmerking brachten voor een WAO-uitkering vanaf 29 januari 2009 worden vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.