Appellante, voormalig projectmanager, vroeg een WIA-uitkering aan wegens beperkingen na een bedrijfsverkeersongeval. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 51,83% en weigerde een urenbeperking toe te passen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar in hoger beroep vroeg de Centrale Raad van Beroep een onafhankelijke deskundige om advies. Deze concludeerde dat appellante vanwege een conversiestoornis ernstig beperkt is in handelingen met haar linkerarm en autorijden, en acht uur inzetbaarheid per dag niet haalbaar is.
Het UWV had de deskundige bevindingen niet volledig in de FML verwerkt, met name de urenbeperking. De Raad oordeelde dat een urenbeperking van ten minste drie uur per dag medisch noodzakelijk is en vernietigde het bestreden besluit. Het UWV moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van deze urenbeperking.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante, inclusief vergoeding van medische deskundigen en griffierecht.