ECLI:NL:CRVB:2019:3319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
In deze zaak heeft appellante een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor de kosten van vervanging van duurzame gebruiksgoederen zoals bedden, kledingkasten, een eethoek en een bankstel. Het college heeft deze aanvraag afgewezen omdat appellante uit haar bijstandsniveau inkomen had moeten reserveren voor deze aanschaf.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Appellante stelde dat de tweedehands spullen die zij in 2013 had aangeschaft snel waren versleten door vochtproblemen en een muizenplaag, en dat zij vanwege aflossing van schulden niet had kunnen reserveren. Deze beroepsgrond werd niet geaccepteerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat vervanging van duurzame gebruiksgoederen na verloop van tijd te verwachten is en dat het verslijten van tweedehands spullen niet onvoorzienbaar is. Tevens is volgens vaste rechtspraak het ontbreken van reserveringsruimte door schulden geen bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet. Daarom blijft de afwijzing van de bijzondere bijstand in stand.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt bevestigd omdat geen bijzondere omstandigheden zijn vastgesteld.