Uitspraak
18.1521 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
29 oktober 2019.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand sinds oktober 2013 en werd onderzocht naar aanleiding van een tip over haar woonsituatie. Tijdens een gesprek in april 2017 werd zij geconfronteerd met tegenstrijdige informatie over haar burgerlijke staat en werd een huisbezoek aangekondigd. Appellante weigerde medewerking aan dit huisbezoek, waarop het college de bijstand introk.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep. Zij voerde aan dat haar verklaring onder druk was afgelegd en dat zij een zwaarwegend belang had om niet mee te werken vanwege de epileptische aanval van haar moeder die op haar kind paste.
De Raad oordeelde dat de verklaring rechtsgeldig was en dat het belang van het college om het huisbezoek onverwijld uit te voeren zwaarder woog dan het door appellante gestelde belang. Er was onvoldoende bewijs voor de medische noodsituatie op het moment van het huisbezoek. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet meewerken aan het huisbezoek zonder zwaarwegende reden wordt bevestigd.